Naar de inhoud
bouwman.io

Moet jouw website toegankelijk zijn? De Europese toegankelijkheidswet praktisch uitgelegd

Bijgewerkt

Waarschijnlijk niet, als je een zzp’er of een klein bedrijf bent. De Europese toegankelijkheidswet geldt sinds 28 juni 2025, maar micro-ondernemingen zijn ervan vrijgesteld: minder dan tien medewerkers, en een jaaromzet of balanstotaal van maximaal twee miljoen euro. Daar valt het overgrote deel van de Nederlandse eenmanszaken en kleine bedrijven onder. En zelfs als je groter bent, geldt de wet alleen voor een specifieke lijst diensten. Een gewone bedrijfswebsite waarop je vertelt wat je doet en hoe je bereikbaar bent, staat niet op die lijst.

Dat antwoord staat in vrijwel elk artikel over deze wet, maar dan ergens halverwege, onder een kop die je pas leest nadat je al bent geschrokken van de intro. Vandaar dat het hier bovenaan staat.

Welke wet is dit precies?

De Europese toegankelijkheidsrichtlijn, in het Engels de European Accessibility Act, is in Nederland ingevoerd via de Implementatiewet toegankelijkheidsvoorschriften producten en diensten. Die geldt sinds 28 juni 2025. Het idee erachter is simpel: producten en diensten die mensen nodig hebben om mee te doen in het dagelijks leven moeten ook bruikbaar zijn voor iemand die slecht ziet, slecht hoort, of geen muis kan gebruiken.

Verwar hem niet met de regels voor overheidswebsites. Gemeenten, provincies en andere overheidsorganisaties moeten al sinds 2018 aan toegankelijkheidseisen voldoen en een toegankelijkheidsverklaring publiceren. Dat is een aparte regeling met een eigen register. Lever je aan een gemeente, dan kan die eis via het contract alsnog bij jou terechtkomen, ook al ben je zelf geen overheid.

Voor welke websites geldt de wet wel?

De wet noemt een afgebakende lijst producten en diensten. Ondernemersplein, de overheidssite voor ondernemers, somt op: webwinkels, websites waarop je een telefoon- of internetabonnement afsluit, online bankieren, e-readers, e-boeken en smartphones. Daarnaast vallen onder meer personenvervoer, geldautomaten, betaalterminals en audiovisuele mediadiensten eronder.

De rode draad: het gaat om diensten waarbij een consument iets moet kúnnen doen. Inloggen, kiezen, aanvragen, betalen, bevestigen. Verkoop je online aan consumenten, dan zit je in de categorie e-handelsdiensten, en dan is de vraag over de vrijstelling wél relevant voor je. Verkoop je uitsluitend aan andere bedrijven, dan valt die dienst er niet onder, want de wet is geschreven vanuit de consument.

En een informatieve website zonder bestelfunctie? Die staat op geen enkele lijst. Je kunt hem prima toegankelijk maken, en dat is ook slim, maar de wet dwingt je nergens toe.

Wanneer ben je een micro-onderneming?

Als je minder dan tien mensen in dienst hebt én je jaaromzet of je balanstotaal niet boven de twee miljoen euro uitkomt. Beide voorwaarden moeten kloppen. Ondernemersplein draait het om en zegt het van de andere kant: heb je meer dan tien mensen in dienst of is je jaaromzet meer dan twee miljoen, dan moet je aan de eisen voldoen.

Voor een eenmanszaak met een webshop betekent dat: vrijgesteld. Voor een groeiend bedrijf dat vorig jaar de elfde medewerker aannam: niet meer. Die grens verschuift dus met je bedrijf mee, en dat is precies de reden om er nu al iets aan te doen in plaats van later.

Twee andere uitzonderingen bestaan ook, maar reken je daar niet rijk mee. Je mag afwijken als een aanpassing de dienst zo ingrijpend verandert dat hij niet meer doet waar hij voor bedoeld is, of als de kosten onevenredig zwaar wegen tegenover wat het oplevert. Dat tweede argument moet je onderbouwen en vastleggen. Het is geen vrijbrief, het is een dossierplicht.

Wie controleert dit, en wat gebeurt er als je niets doet?

Het toezicht is verdeeld over meerdere instanties. De Autoriteit Consument en Markt kijkt naar e-handelsdiensten en elektronische communicatie, de Autoriteit Financiële Markten naar bankdiensten, het Commissariaat voor de Media naar e-boeken en audiovisuele media, en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur naar apparaten als smartphones en betaalterminals. Een toezichthouder kan een last onder dwangsom of een boete opleggen, en consumenten kunnen zelf een klacht indienen.

In de praktijk is handhaving in het eerste jaar nog rustig geweest en zijn de precieze boetebedragen voor deze wet niet in één tarief vastgelegd. Reken daar niet op als beleid. Voor bedrijven die wél onder de wet vallen is het risico eerder reputatie en gedoe dan een acute boete, maar dat verandert naarmate de toezichthouders er langer mee werken.

Waarom zou je het dan toch doen?

Omdat vrijgesteld zijn iets anders is dan er niets aan hebben. Een paar redenen die los van de wet staan.

Je sluit klanten buiten die je gewoon had kunnen helpen. Slechtziendheid, kleurenblindheid, een trillende hand, een tijdelijk gebroken pols: het gaat lang niet alleen over blinde bezoekers met een schermlezer. Vergrijzing doet de rest. De kans dat een bezoeker van boven de zestig moeite heeft met lichtgrijze tekst op wit is niet klein.

Verder overlapt toegankelijk bouwen bijna volledig met gewoon goed bouwen. Echte koppen in plaats van dikgedrukte tekst, alt-teksten bij afbeeldingen, formuliervelden met een label, voldoende contrast, knoppen die groot genoeg zijn om met een duim te raken. Google leest dezelfde structuur als een schermlezer. Wat toegankelijk is, is meestal ook beter vindbaar en prettiger op een telefoon.

En de kosten. Vanaf de start meenemen kost bij een nieuwe site vrijwel niets: het is een kwestie van de goede keuzes maken terwijl je toch aan het bouwen bent. Achteraf repareren op een site die al twee jaar draait is een verbouwing. Groei je ooit voorbij de tien medewerkers, dan wil je dat die verbouwing er niet meer aan zit te komen.

Wat kun je vandaag al verbeteren, zonder budget?

Begin bij contrast. Lichtgrijze tekst op wit oogt rustig en is voor een hoop mensen slecht leesbaar; een donkerdere tekstkleur kost je vijf minuten en scheelt direct.

Zet daarna alt-teksten bij je afbeeldingen: beschrijf kort wat erop staat. Bij een puur decoratieve afbeelding laat je de alt-tekst juist leeg, zodat een schermlezer hem overslaat in plaats van “foto-2024-def-final.jpg” voor te lezen.

Gebruik echte kopstijlen, H1 tot en met H3, in plaats van tekst handmatig vet en groot te maken. Daarmee kan iemand door je pagina springen zonder alles te lezen. Dezelfde structuur helpt Google trouwens ook.

Kijk dan naar je formulieren. Een placeholder in het veld verdwijnt zodra je begint te typen en telt niet als label. Zet er een echt label bij, boven of naast het veld.

En als laatste de goedkoopste test die er is: leg je muis weg en loop je eigen contactpagina door met de Tab-toets. Kom je overal, en zie je steeds waar je bent? Zo niet, dan weet je precies waar je bezoeker vastloopt.

Wil je het meten in plaats van schatten, dan geeft de gratis Lighthouse-audit in Chrome een eerste indruk. Hij vindt de domme fouten. Hij vindt niet of je site logisch te bedienen is, want dat kan alleen een mens beoordelen.

En als je bedrijf wél onder de wet valt?

Dan is de norm waar je naartoe werkt de Europese standaard EN 301 549, die voor websites in de praktijk neerkomt op de WCAG-richtlijnen op niveau A en AA. Je moet dan ook informatie geven over hoe toegankelijk je dienst is. Dat betekent in de praktijk: een audit door iemand die dit vaker doet, een verbeterlijst, en daarna bijhouden dat het zo blijft. Doe dat niet op eigen houtje op basis van een gratis scantool. Zo’n tool vindt alleen wat automatisch te controleren is, en dat is een klein deel van het geheel.

Bouw je een nieuwe website of laat je er een vernieuwen, dan is dit het goedkoopste moment om toegankelijkheid gewoon mee te nemen, of je nu onder de wet valt of niet. Bij webdesign en development zit dat in de manier van bouwen: nette koppen, echte labels, genoeg contrast en een site die ook zonder muis te bedienen is. Geen los project, gewoon onderdeel van het werk.

← Alle artikelen